Museum Lunteren

‘Het mooiste museum van het dorp’, noemt Jaap van Ravenswaaij Museum Lunteren steevast. Dat ‘zijn’ museum hem ter harte gaat, kan hij niet verbloemen. De ambitie straalt van hem af. “Ja, ik ben trots op het museum, op de exposities die wij steeds weer voor elkaar weten te krijgen. En minstens zo trots ben ik op al onze vrijwilligers die zich met hart en ziel voor het museum inzetten. Vergeet niet, we werken hier zonder ook maar één betaalde kracht!” Aldus de voorzitter van de Vereniging Oud Lunteren waar het museum onder valt.

We lopen Museum Lunteren binnen een week nadat het fanfareorkest van de Lunterse muziekvereniging Kunst na Arbeid (KNA) in Drachten het Open Nederlands Fanfare Kampioenschap heeft gewonnen. Voor de derde keer alweer in zes jaar tijd en uitgerekend in een jubileumjaar. Alom in het dorp ging de spreekwoordelijke vlag uit. “Fantastisch toch”, glundert ook Jaap van Ravenswaaij. “Zo’n prijs zet ons dorp weer eens extra in het zonnetje.” Over dat ‘zonnetje’ heeft Museum Lunteren trouwens evenmin te klagen, want regelmatig weet het museum met opvallende exposities de regionale pers te halen. “Wij weten alles van finales”, weet Van Ravenswaaij. “Spelen er zelf drie à vier per jaar. Elke tentoonstelling is voor ons een eindstrijd. En de tegenstander? Dat zijn we zelf.”

Wat is er zo bijzonder aan Museum Lunteren?
Een prijzenswaardige aanduiding, dat ‘mooiste museum van’. Maar wat is er dan zo bijzonder aan Museum Lunteren? De eerste reactie van de voorzitter is niet verrassend: “Dat we in staat zijn zonder professionals een kwalitatief goed museum te runnen, met fraaie wisselexposities.” Maar Van Ravenswaaij duikt de diepte in wanneer hij stelt dat het museum laat zien wat de identiteit van het dorp is, het eigene, en wie de dorpelingen willen zijn en blijven. Een dorp zonder identiteit is als een spiegel zonder glas, weet hij. Lunteranen zijn trots op hun dorp, en dat gaat ver. Ze hebben zelfs een eigen vlag, een eigen volkslied, een eigen munt, een eigen logo, een eigen buurtbos, een eigen Oud Lunterse Dag. “En in dat rijtje hoort ook een eigen museum”, vult hij zonder enige hapering aan. “In het dorpsleven neemt Museum Lunteren inmiddels een niet weg te denken plaats in. Maar dat is alleen mogelijk, ik zeg het er meteen bij, dankzij onze pakweg 55 vrijwilligers. Zonder hen zou het museum niet kunnen draaien. Nog geen week!”

Wisselende exposities
Heel mooi, die eigen identiteit, maar het museum laat de afgelopen jaren meer zien dan alleen de roots van het dorp. Wat is er gebeurd? Van Ravenswaaij windt er geen doekjes om: “Je alleen binden aan de plaatselijke geschiedenis is het paard achter de wagen spannen. Dat zou onherroepelijk leiden tot een langzame en droevige dood van het museum. Het is noodzaak over de grenzen van de eigen dorpshistorie heen te kijken en de museumzaal op de begane grond open te stellen voor andere onderwerpen. Wisselexposities zijn daar ideaal voor. We hebben kunst van de Inuit in onze vitrines gehad en onlangs nog toverlantaarns van over de hele wereld, geweldig! Ik denk verder aan eerdere tentoonstellingen die de Schoen en de Tas centraal stelden, en in de herfst dit jaar aan een expositie over de Hoed. Daar krijg ik enorm veel energie van. Maar eerst de expositie over Veluwekenner en fotograaf Jac. Gazenbeek naar wie in zijn woonplaats Lunteren een straat, een school en een stichting zijn vernoemd. De hele zomer in een fraai drieluik dus volop aandacht voor deze markante figuur en zijn navolgers in de Jac. Gazenbeekstichting die zijn gedachte – het promoten van de Veluwe – levend proberen te houden.”

www.museumlunteren.nl

 
Terug naar boven