Historie

Lunteren

…van ‘tamelijk fraai dorp’ tot toeristische trekpleister

Lunteren, zomaar een dorp in de Gelderse Vallei. Bestuurlijk maakt het deel uit van de gemeente Ede. Voor de ontsluiting van het 5.200 hectare tellende grondgebied hebben de autoweg van Barneveld naar Ede (de A30) en de spoorlijn Amersfoort-Ede/Wageningen (het zogeheten kippenlijntje) gezorgd. Een gebied met een glooiend landschap, vroege stuwwallen. Bij de Goudsberg zijn resten gevonden van vroegere bewoning. In enkele grafheuvels zijn zelfs bijzondere vondsten gedaan. Zoals de bezittingen van een kopersmid, te bewonderen in het Rijksmuseum voor Oudheden in Leiden.
 

Schriftelijke bronnen wijzen op het bestaan van Lunteren vanaf het einde van de dertiende eeuw. Het jaar 1333 wordt expliciet genoemd in een rekening van het hertogdom Gelre. In Arnhem komt een register uit 1525 voor met een opsomming van beesten uit Lunteren. Er was een grote populatie aan dieren: 461 paarden, 860 koeien, 1.480 schapen en 160 varkens. De kippen zijn kennelijk niet geteld… Het aantal toenmalige inwoners wordt geschat op 600, verspreid over vijf buurtschappen.


De zestiende eeuw was een tijd van kerkelijke onrust. Twee eeuwen daarvoor kende Lunteren een kapel die was gewijd aan de heilige Antonius. Ondanks het feit dat op de Veluwe de bakermat te vinden was van de ‘kerkhervorming’, bleef Lunteren de rooms-katholieke tradities lang trouw. Pas in de loop van de zeventiende eeuw ontstond een echte protestantse gemeente, onderdeel van de latere Bijbelgordel.

 

De grote brand

Vooral in de Franse tijd werd er veel informatie verzameld over de inwoners van de buurtschappen Lunteren, Meulunteren, De Valk, Overwoud en Nederwoud. Bestuurlijk gezien is de periode rond 1800 zeer divers - het ene na het andere bestuur verscheen op het toneel. In 1812 kwam zelfs een heuse gemeente Lunteren tot stand. Die was echter geen lang leven beschoren: zes jaar later ging het dorp alweer op in de gemeente Ede.

 


Het inwonertal was ondertussen aangegroeid: binnen een eeuw tot circa 3.000 rond 1900. Een afschuwelijke historische gebeurtenis was de grote brand op Tweede Paasdag, 1 april 1850. Waarschijnlijk door een verdwaalde vuurpijl brak er ’s avonds brand uit in een hooiberg van Floor: zeker 20 huizen brandden af en maar liefst 34 gezinnen raakten dakloos.

Een halve eeuw eerder, in 1790, wordt Lunteren een ‘tamelijk fraai dorp’


genoemd, met als belangrijkste kenmerk herberg Floor als pleisterplaats.
Fraai of niet, Lunteren was een arme gemeenschap. Landbouw was de belangrijkste bron van bestaan. De productie daarvan was grotendeels bestemd voor eigen consumptie. Halverwege de negentiende eeuw werd het gebied ontsloten. De doorgaande weg wordt voorzien van grind (het ‘goud’ van Lunteren), afkomstig van de Goudsberg.

Luntersche Buurtbosch

De sociaal-economische situatie aan het einde van de negentiende eeuw was niet bepaald gunstig. Maar onder invloed van drie achtereenvolgende notarissen werden de nodige vernieuwingen gestimuleerd. Van hen moet vooral Johannes van den Ham worden genoemd. Hij richtte in 1873 de Luntersche Tuinbouw-Vereeniging op (hij liet een zelf gekweekte appel na, de ‘Notarisappel’) en 25 jaar later volgde de Lunterse Bijenvereniging.

Maar de sociaal bewogen notaris had nóg een pijl op zijn boog: de oprichting van het Luntersche Buurtbosch om de toen werkloze bevolking tegen een bepaalde vergoeding te helpen. Het was het begin van een grotere welvaart voor het dorp. De ambitieuze notaris liet voor zijn plan zelfs bomen uit Amerika komen. In totaal werd rond de Galgenberg circa 130 hectare grond aangekocht die niet voor de landbouw geschikt was. Onder zijn leiding - vanaf de eerste versie van wat later de stenen Koepel zou worden volgde Van den Ham de voortgang - is vervolgens het reuachtige (cultuur)bos aangelegd. Dat gebeurde met paden en lanen die samen de vorm kregen van een twijg met bladeren, een ontwerp van de oude notaris zelf. Het padenpatroon is nog duidelijk in het bos terug te vinden. Van den Ham liet het Buurtbos na aan een stichting en daarmee aan alle Lunteranen.

Landschap blijft authentiek

In 1902 werd de nieuwe spoorlijn in gebruik genomen. Mede daardoor werd het voor veel stadsmensen mogelijk zich in de zomermaanden in Lunteren te ontspannen. Vanzelfsprekend had die toeloop ook een positieve invloed op de huizenbouw. Er kwamen hotels en pensions en later kampeerterreinen, rustoorden, sanatoria en koloniehuizen. Zodoende ontstond geleidelijk aan een andere gemeenschap door invloeden van buitenaf. Toch is Lunteren nog steeds een dorp waarin veel sporen uit het verleden terug te vinden zijn, ook al zijn enkele zeer karakteristieke panden verdwenen. Het landschap blijft herkenbaar en authentiek. Daar kunnen zelfs de 107.000 overnachtingen van toeristen uit het hele land in 2017 niets aan veranderen.

Terug naar boven